In Manguinhos heb ik pas met de groep van 9-14 ‘s morgens zoete broodjes gebakken. Er waren vijf kinderen en ze vonden het prachtig maar de broodjes waren niet klaar toen ze al weg moesten. Ik zei dat ze ze tussen vijf en zes uur op konden halen. Heel grappig om te zien hoe ze de trap op kwamen stuiven in hun schooluniformen en met hun zware rugzakken om de broodjes niet mis te lopen. “Ga je het ook met de andere groepen doen?” , vroegen m’n collega’s. Maar nee… dat zag ik nog niet zo zitten gezien het aantal kinderen dat er dan komt. Het moet sowieso in kleine groepjes verdeeld worden.

Een heel intelligent jongetje van 9 zat in mijn groep maar ik vond hem niet op de presentielijst. Ik vroeg hoe oud hij was. “Negen”. “Oh maar dan zit je nu in de andere groep!”. Hij keek me met grote ogen verschrikt aan en zei “Maar ik wil niet naar de andere groep! Ik wil hier blijven!”. “Okay, ik zal het wel even overleggen….”. Goed, hij mocht wel in de groep van 4-8 blijven als hij dat zelf zo graag wilde. Hij gaf een diepe zucht en zei “Tsjonge, ik zat al helemaal te trillen!!”.
We hebben inmiddels drie leeftijdsgroepen maar dan nog is het verschil van 9 tot 12 in één groep natuurlijk best groot.

Als ik ‘s maandags op het Centraal Station aankom ga ik altijd eerst even een kop koffie drinken en na het clubwerk nemen we even een esfirra (soort pizza uit Syrië / Libanon) met een vruchtensapje. Heel vervelend is het dan dat er achter elkaar aan mensen om geld komen vragen. Pas was er één die geld vroeg omdat hij met de trein naar Japeri wilde. Hij liet me wat kleingeld in zijn hand zien en vroeg me het aan te vullen. “Maar ga je nú met de trein?” “Jaaa!” “Okay, loop maar met me mee dan. Geef mij je geld en ik laat je op mijn treinkaart het perron opgaan”. Hij zei gehaast “Nee, nee maar ik ga met de bús naar Japeri!”. Onzin natuurlijk, die is ook nog drie keer zo duur! “Nou, dan kan ik je niet helpen!”, zei ik, wetend dat hij natuurlijk noch trein noch bus gaat nemen maar waarschijnlijk wat drugs gaat kopen.

Een paar weken geleden was het ontzettend heet. Zelfs in het steegje in de favela waar altijd een frisse bries is was het die dag benauwd warm. Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar soms echt wat van uit m’n humeur kan raken. Misschien speelde het mee in de week dat ik voor m’n gevoel alles verkeerd deed. En ‘s avonds kwamen er weer achter elkaar mensen om geld vragen. Ook een travestie. Ik wimpelde het af en draaide me weer om om m’n glas leeg te drinken en toen hoorde ik hem, hij stond nog vlak achter me, zeggen “Ja, en als wij dan onze handen in de tassen steken zijn wíj verkeerd hé?!”. Later zei m’n collega dat hij dat niet voor mij bedoelde maar ik meende van wel en draaide me om en zei “Okay, steek je handen maar in mijn tas dan zul je wel zien wat er dan gebeurt!”. Ik had meteen spijt ervan dat ik dat zei want toen kreeg ik de volle laag. Hij begon te schreeuwen tegen me, liep weg maar bleef doorgaan met schreeuwen dat hij me in stukjes zou snijden met z’n knipmes. Nadat hij weg was kwam de veiligheidsagent, die op een paar meter afstand toekeek naar me toe me zei “Ja en als wij ze slaan zijn wij verkeerd”. Tja, een paar dagen ervoor was er een veiligheidsagent in een supermarkt die een stelende tiener op zodanige wijze in bedwang hield dat de tiener stikte! Dat is uiteraard ook niet de bedoeling.

En dan gebeurt er iets in de trein wat ik in jaren niet meer gezien heb! Het laatste stukje van mijn treinreis komen er ineens drie tieners de trein in. Ze hebben staatsschooluniformen aan maar zijn duidelijk niet op school geweest. Twee jongens en een meisje. Ze gaan tegenover me zitten en lachen en praten en …… snuiven alle drie steeds aan een flesje… wat erin zit kan ik raden na jaren met lijmsnuivende kinderen te hebben gewerkt. Maar lijmsnuivende kinderen zie ik niet meer sinds het WK in Rio heeft plaatsgevonden. Op het moment dat we bijna bij het eindpunt zijn spreek ik ze aan. Een jongen wordt boos en loopt weg maar de andere twee luisteren naar mijn vermaning. Ik vertel ze hoe ik twintig jaren met straatkinderen heb gewerkt en dat ik er al heel veel heb zien sterven door drugsgebruik. Ik vraag of ze familie hebben. Ze knikken. “Behandelen die jullie slecht?”, vraag ik. Hoofden worden geschud. Nee, nee, hun familie is prima. Okay, ga dan gauw terug … dan nog wat…. Zoek de Heere Jezus!! Hij alleen kan je uiteindelijk helpen!”. Het was een ontmoeting die me goed deed na zo’n intensieve werkweek.
Hartelijke groet, Janneke