Hadassa en Christy hebben nog twee weken school en zijn dan tot februari vrij. Ook wij hopen de maand januari vakantie te houden. Nog enkele weken clubs…

“Jullie mogen even allemaal vertellen hoe je heet en wat je later graag wilt worden”, zo zei ik tegen de kinderen op de club. We hadden twee bezoekers vanuit Urk. Vervolgens vertaalde ik voor Arnold en Jan Pieter wat de kinderen vertelden. De meeste jongens dromen ervan een voetballer te worden, de meisjes willen zangeres worden. Een paar springen er tussen uit. “Een wetenschappelijke duiker” …. Okay dat klinkt even boeiend maar geen tijd om er uitgebreid op in te gaan. Dan komt er een jongetje door de bocht van wie ik sowieso geen doorsnee antwoord verwacht. Hij is altijd heel nadrukkelijk aanwezig. Volgens z’n moeder heeft hij neurologische problemen. Hij kan heel slecht tegen z’n verlies bij een spelletje. Hij praat zonder ophouden. Tijdens een spelletje zegt hij vaak dingen waar de andere kinderen boos om worden. Kortom: hij telt voor tien op de club. Ik probeer hem wat meer sociale vaardigheden bij te brengen maar heb steeds het gevoel dat me dat nou nog niet erg lukt. Hij is ook superintelligent, heeft een sterk rechtvaardigheidsgevoel, en kan soms ineens bij me staan met een heel verhaal over iets uit de geschiedenis. “Weet je , tia Janneke… wie heeft Brazilië ontdekt?”. “Pedro Cabral toch?”. Hij begint te lachen. Hij vindt het helemaal geweldig als hij iets weet wat ik niet weet en begint me uitgebreid uit te leggen wie Brazilië heeft ontdekt. Maar helaas… ik kan het jullie even niet terug vertellen want moest ondertussen ook de andere kinderen in de gaten houden. Op de vraag wat hij wilde worden klonk het heel beslist “Scherpschutter bij de marine!”. Oei!! Dat is hier even geen politiek correct antwoord en zeker op dit moment niet maar ik reageer maar met te zeggen dat hij dan nog wel eerst een poos moet studeren.

Omdat ik 2 dagen achter elkaar in Rio ben ga ik naar mijn “gastgezin” in de wijk waar we zelf ruim 11 jaar hebben gewoond. Om half tien ‘s avonds stap ik de metro uit en loop naar de loopbrug. Hoe vaak ben ik hierover gelopen? Geen idee! Zoals gewoonlijk is het overal nog behoorlijk druk. In de metro geen plek om te zitten. Een behoorlijke groep loopt de metrohal uit. Een deel gaat linksaf en een deel rechtsaf. Enkele meters voor me loopt een vrouw en naast me ook enkele vrouwen. Het is al donker en er komt een man de loopbrug oplopen die ineens de vrouw voor me bij de arm grijpt en meteen een wapen op haar hoofd zet! Er breekt uiteraard paniek uit en iedereen draait om en rent terug naar de metrohal terwijl we een kreet horen “Hij komt eraan!”. De veiligheidsagent bij de metro gaat staan bellen maar laat ons niet binnen. Eén vrouw is er al met een kaartje weer naar binnen gegaan en staat ook in paniek te bellen. En ik? Ik ben heel bang om een schot te horen… dat gebeurt gelukkig niet. Even later horen we dat de overvaller de vrouw nog behoorlijk geslagen had en haar mobiel had meegenomen. Ik praat nog even met de evangelist die bijna elke avond gesprekjes probeert aan te knopen met mensen voor de metrohal. Op het moment dat de mensen weer gaan lopen heft hij z’n handen op en zegt tegen me “Dat de engelen van de Heere met je meegaan en je beschermen!!”. Dubbel op mijn hoede kom ik even later bij het gastgezin waar ze jaren geleden een gewapende overval thuis meemaakten! Dan valt dit eigenlijk weer mee…. Terwijl ik bij de hermetisch afgesloten poort wacht zie ik een politiewagen het kruispunt oversteken. “He, he!”, wil ik wel roepen “Jullie gaan de verkeerde kant op!”. Maar ik begrijp dat het onmogelijk voor ze is om op alle plekken tegelijk te te zijn.

Maar ik denk aan Psalm 4 waar ik het een week geleden met een vrijwilliger over had. “Gij alleen, mijn schild en wapen…..” ?? Waarom had ik me ook omgedraaid? We hadden die vrouw maar mooi in de steek gelaten! Hoewel ik met mijn verstand wist dat we haar dan waarschijnlijk in een nog groter gevaar hadden gebracht door te reageren en dat de afstand van een paar meter daar ook net teveel voor was kreeg ik mijn gevoel er niet in mee en voelde me schuldig! Toch sliep ik als een roos. Bij het wakker worden zag ik echter meteen weer de overvaller en de vrouw voor me. Het wapen op haar hoofd. Ik besloot voortaan goed op te letten dat ik met een groepje mee zou lopen.

Ik ben blij dat ik even later ons clubgebouw binnenstap en daar zorgen de kinderen wel voor afleiding. Ik zit Bijbeltoetsen na te kijken wanneer er een pienter jongetje van 8 bij me komt staan. Ik weet hoe ook dit kind altijd veel aandacht vraagt en besluit maar even Priscilla die lesgeeft aan deze groep bij te staan en maak een praatje met hem. “Ga je over?”. “Ja!”, hij knikt wat nonchalant. “Maar ik moet nog toetsen maken deze week!”. “Okay! En sta je er goed voor?”. “Ja, een 9,5!”. “Maar je krijgt toch per vak een cijfer?”, “Ja, maar als je dan alles bij elkaar optelt en deelt door het aantal vakken dan sta ik een 9,5 gemiddeld!”. “Nou, fantastisch zeg! Ik kan het bijna niet geloven…. Kom hier, lees dit es voor me!”. Ik pakte een blad uit mijn “Begrijpend lezen-map” en hij las als een trein het verhaal van de Hollandse politie die meldingen binnenkreeg omdat een man met een lantaarnpaal op z’n auto over de weg reed. De man had een flinke boete gekregen. “Nou, je hebt het heel goed gelezen … maar weet je, soms lees je iets goed maar het gaat er ook om of je begrepen hebt wat je las dus ik ga je wat vragen stellen”. Dat vond hij prima. “Welke politie kreeg meldingen?”. Nee, hij wist het niet. De rest van de vragen wist hij direct te beantwoorden. “Je begrijpt goed wat je gelezen hebt. Je wist alleen niet welke politie het was,he? Was het de Braziliaanse politie of de Russsische of….”. “De Hollandse politie!”, onderbrak hij me. “Oh! Je weet het dus wél!”. “Ja maar jij vroeg wélke politie en ik dacht dat je bedoelde : de militaire of de civiele of de federale politie!”. Ik stond helemaal perplex over zoveel intelligentie. Prachtig! “Lees nou dit maar” zei ik en gaf hem een ander blad. Maar hij schudde zijn hoofd. “Een andere keer, tia!”. Hij wilde gaan spelen. Nu, ook prima! Maar ik vond het zo’n mooi moment en zo goed om even alleen met ze te praten. In de groep leer je ze minder kennen.

Het is behoorlijk warm die dag en aan het eind van de dag gaan we even in de “hoofdstraat” een lekker ijsje eten. Daarbij kijken we wel eerst goed om ons heen en blijven dat ook doen. Het is meteen ook een leuk moment. We worden bediend worden door een jongen van 20 die vroeger ook op de club kwam! En terwijl we daar even zitten is het ook goed dat we even rustig om ons heen kijken en zien wat er allemaal zoal gebeurt.

Een uurtje later sta ik in de trein op weg naar huis. En dan komt het beeld van de man met zijn wapen weer op mijn netvlies. Omdat mensen in die wijk me al jarenlang waarschuwen om niet met mijn mobiel in m’n hand te lopen omdat er veel gewapende overvallen plaatsvinden heb ik me eigenlijk nooit onveilig gevoeld. We hebben daar gewoond. Het voelt als “thuis”. M’n mobiel zit sowieso in m’n rugzak als ik loop. Verschillende verhalen die op internet staan herinner ik me gehoord te hebben. Eén ervan herinner ik me niet. In 2009 kwam een echtpaar uit de Shopping en stonden met hun auto voor een stoplicht in de mij zo bekende wijk. Er kwam een overvaller. De vrouw, die zes maanden zwanger was, wilde haar riem even losmaken en schijnbaar voelde dat bedreigend voor de overvaller. Hij schoot in haar hoofd! De vrouw overleed ter plekke, het kindje werd nog gered. En zoiets is helaas geen uitzonderlijk geval in Rio. Ook Fernando maakte het enkele maanden geleden nog mee op de snelweg toen in een file er ineens vier gewapende mannen een auto uitsprongen en een auto meenamen. Fernando had de slachtoffers naar het dichtsbijzijnde politiebureau gebracht.

Ik dank God…. Dat Hij me bewaard heeft, ook de vrouw bewaard heeft! Bid om Zijn bescherming. Uiteindelijk zijn we die, waar we ook wonen, allemaal nodig. Allen Hij kan ons immers zeker doen wonen?

Hartelijke groet, Janneke