Mini-dagboek – Thema: “Met Hem”

In week 30 van het jaar 2026 is, in overleg met de kerkenraad, een mini-dagboek samengesteld om online te uploaden (Instagram). Het bevat overdenkingen geschreven door verschillende ouderlingen, rond het thema “Met Hem”. De overdenkingen zijn geschreven aan de hand van een Bijbeltekst en kunnen dienen als dagboek voor één week. De data in dit bestand verwijzen nog naar de oorspronkelijke week waarin het dagboek is opgesteld. Wilt u het op een ander moment gebruiken, dan kunt u eenvoudig de dagnummers volgen (Dag 1 t/m Dag 7).

Maandag 20 juli

Lezen: Maleachi 2:10-17
Tekst: Maleachi 2:17

Gij vermoeit den HEERE met uw woorden; nog zegt gij: Waarmede vermoeien wij Hem? Daarmede, dat gij zegt: Al wie kwaad doet, is goed in de ogen des HEEREN, en Hij heeft lust aan zodanigen; of, waar is de God des oordeels?

Deze tekst komt uit het boek van de profeet Maleachi en is een scherpe aanklacht tegen het volk Israël. In gewone taal zegt het vers ongeveer dit:
Jullie maken God moe met wat jullie zeggen. Want jullie beweren dat slechte mensen goed zijn in Gods ogen, of jullie twijfelen en zeggen: “Waar is God die rechtvaardig oordeelt?”

In Maleachi 2:17, wordt ons een pijnlijke spiegel voorgehouden. Het volk klaagt dat God niet rechtvaardig lijkt te handelen. Ze zien kwaad om zich heen en concluderen: misschien vindt God het wel goed, of misschien grijpt Hij helemaal niet in. Maar God keert die redenering om: niet Hij faalt, maar hun manier van denken is verdraaid.

Hoe herkenbaar is dat ook vandaag. Wanneer onrecht zichtbaar is, kunnen we moedeloos worden of cynisch. We stellen vragen bij Gods rechtvaardigheid, terwijl we soms tegelijk onze eigen keuzes vergoelijken. Zo verschuift langzaam de grens tussen goed en kwaad, totdat we het verschil nauwelijks nog scherp zien.

Dit vers nodigt uit tot eerlijk zelfonderzoek. Niet: “Waar is God?”, maar: “Waar sta ik?” Vertrouw ik erop dat God rechtvaardig is, ook als ik het niet direct zie? En leef ik zelf naar die rechtvaardigheid? Ware geloofshouding is niet gebaseerd op wat wij waarnemen, maar op wie God is.

Gods geduld is geen zwakte, maar genade. Hij verdraagt onze woorden, zelfs wanneer ze Hem “vermoeien”, en blijft ons roepen tot bekering. Zijn ogenschijnlijke stilzwijgen betekent niet dat Hij afwezig is, maar dat Hij ruimte geeft tot inkeer.

Uiteindelijk zal Zijn recht zichtbaar worden. Daarom is deze tekst ook een oproep tot hoopvolle volharding: blijf het goede zoeken, spreek waarheid, en vertrouw erop dat God recht zal doen op Zijn tijd.

Wees waakzaam en houd u ook vandaag bezig met ‘’al wat waarachtig is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt’’ (Filippenzen 4 : 8).

Door ouderling Klaas van der Meer


Zondag 19 juli 2026

Lezen: Exodus 33:23-28
Tekst: Psalm 78:37
Want hun hart was niet recht met Hem, en zij waren niet getrouw in Zijn verbond.

Psalm 78 begint met de woorden een onderwijzing van Asaf. Asaf was de dichter van Psalm 73 tot 83. In Psalm 78 blikt Asaf terug op de grote daden Gods tijdens de verlossing van het volk Israël uit de slavernij van Egypte.

Maar ondanks Gods grote daden bleven zij met hun gedachten bij de vleespotten van Egypte. Met de beloften Gods van een land vloeiende van melk en honing bleven zij keer op keer God vertoornen door te roepen dat het in Egypte beter was. Maar God bleef in Zijn onuitsprekelijke goedheid trouw aan Zijn belofte aan Abraham, Izak en Jakob dat Hij een nageslacht zou brengen in het beloofde land.

De Heere heeft in Zijn lankmoedigheid 40 jaren verdriet van het volk gehad zo zegt Gods Woord, daarom konden zij niet ingaan in het beloofde land, vanwege hun ongeloof. In 1 Korinthe 10:6 staat geschreven, en deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs zij lust gehad hebben. En wordt geen afgodendienaars, gelijkerwijs als sommigen van hen, gelijk er geschreven staat, het volk zat neder om te eten en te drinken en stond op om te spelen.

Je zou haast denken, wat lijkt onze tijd veel op waar de apostel Paulus voor waarschuwde. Wij leven in een tijd van overdaad in eten, drinken en spelen en is er nog tijd voor de Heere en Zijn Woord dat getuigt van het vlees geworden Woord.

Zijn ook wij niet op reis van het slavenhuis Egypte naar het huis met zijn vele woningen waarvan de Heere Jezus sprak. Maar de vraag zal voor een ieder van ons zijn, heeft de Heere Jezus in dat huis met zijn vele woningen ook voor ons een plaats bereid?

Dan moeten wij wel door Hem gekend zijn, want er staat ook geschreven dat er velen zijn die de Heere Jezus zeggen te kennen, maar van wie Hij zegt, Ik ken u niet, gaat weg van Mij gij werkers der ongerechtigheid. Wij moeten ons leven richten op Hem Die de Weg, de Waarheid en het Leven is.

Daarom roept de Heere Jezus Zelf ons toe, komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijn en Ik zal u rust geven.

Door ouderling Jan Pruiksma