Mini-dagboek – Thema: “Met Hem”

In week 30 van het jaar 2026 is, in overleg met de kerkenraad, een mini-dagboek samengesteld om online te uploaden (Instagram). Het bevat overdenkingen geschreven door verschillende ouderlingen, rond het thema “Met Hem”. De overdenkingen zijn geschreven aan de hand van een Bijbeltekst en kunnen dienen als dagboek voor één week. De data in dit bestand verwijzen nog naar de oorspronkelijke week waarin het dagboek is opgesteld. Wilt u het op een ander moment gebruiken, dan kunt u eenvoudig de dagnummers volgen (Dag 1 t/m Dag 7).

Zaterdag 25 juli (slot)

Lezen: 2 Korinthe 13:1-11
Tekst: 2 Korinthe 13:4

Want hoewel Hij gekruist is door zwakheid, zo leeft Hij nochtans door de kracht Gods. Want ook wij zijn zwak in Hem, maar zullen met Hem leven door de kracht Gods in u.

Gisteren stonden we stil bij Romeinen 6:6, waar we lezen dat onze oude mens met Christus gekruisigd is. Vandaag zien we op Hem Die voor ons die weg gegaan is.

Christus stierf aan het kruis vanwege de zonde. Niet Zijn zonde, want Hij was zonder zonde, maar onze zonde bracht Hem daar. De hoogmoed van de mens, de jaloezie, de haat, de ongehoorzaamheid aan God en de liefde tot onszelf kwamen samen aan het kruis van Golgotha. De mens verwierp zijn Schepper en kruisigde Zijn Zoon.

En toch… God liet het toe. Niet omdat de mens sterker was dan God, maar omdat Gods eeuwige heilsplan zo vervuld moest worden. Wat een onbegrijpelijke genade! Daar waar wij de dood verdiend hadden, gaf God Zijn eniggeboren Zoon.

Maar het kruis was niet het einde. Christus is opgestaan uit de dood. Hij leeft uit de kracht van God en heeft alle macht in hemel en op aarde ontvangen. Daarom is er hoop voor verloren zondaren. Daarom mag ook u, jij en ik weten: er is een levende Verlosser.

Zie op Hem. Zoek Hem. Want wie door het geloof met Hem verbonden wordt, zal delen in Zijn leven, Zijn overwinning en Zijn heerlijkheid.

Door ouderling Hendrik Kroon
________________________________________________________________________

Vrijdag 24 juli

Lezen: Romeinen 6:1-8
Tekst: Romeinen 6:6

Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen.

Wat een krachtige belofte: onze ‘oude mens’ , de slaaf van zonde en egoïsme – is niet verbeterd, maar gekruisigd. Toen Jezus stierf, stierf jouw oude identiteit met Hem. Het is geen theorie, maar een voldongen feit waar wij uit mogen leven.

Dit betekent dat de vicieuze cirkel van zondig gedrag is doorbroken. De zonde heeft juridisch geen zeggenschap meer over jouw en mijn leven. Het ‘lichaam van de zonde’: ons sterfelijke bestaan dat zo makkelijk toegeeft aan begeerten is zijn dictator kwijtgeraakt.

Geloof je dat jij, door de doop en geloof, met Hem begraven bent en dus vrij bent. Je hoeft de zonde niet langer te dienen. Als je naar je zelf kijkt naar beneden is dat eigenlijk niet te begrijpen maar als je omhoog ziet op Hem is er alleen maar verwondering.

Dit vraagt dagelijks om gebed en keuzes maken. Om de zonde niet aan de hand te houden en te bagatelliseren. Maar om de geestelijke wapenrusting aan te trekken en je weren tegen de duivel en zijn verleiding. Leef vandaag nog vanuit deze nieuwe duurbetaalde vrijheid

Door ouderling Wouter de Vries
________________________________________________________________________

Donderdag 23 juli

Lezen: Marcus 5:1-20
Tekst: Marcus 5:18

En als Hij in het schip ging, bad Hem degene, die bezeten was geweest, dat hij met Hem mocht zijn.

Jezus gaat het schip in met Zijn discipelen om terug te gaan naar Galilea. Hij laat de man, die bezeten was en nu genezen, dan achter. En dat terwijl deze man op zijn knieën lag of hij niet met Jezus mee mocht; in Zijn nabijheid mocht blijven. Herken je dat bij jezelf, “Heere Jezus blijf bij mij”?

Nu weten wij dat Jezus bij ons is met Zijn Heilige Geest, maar daar had deze
bezetene nog geen idee van. Maar Jezus heeft een andere bestemming voor deze man, letterlijk en figuurlijk. Blijf hier en vertel je omgeving hoe fantastisch Ik voor jou ben geweest en hoe Ik me over jou heb ontfermd. Als je dan vers 20 leest dan zie je dat er een heilig vuur in deze man is ontstoken. De man vertelt niet op verjaardagen, of binnen zijn eigen kliek, maar gaat dat hele land van Dekapolis door en verkondigt de grote dingen die Jezus gedaan heeft. Dat vuur wakkert de Geest door het Woord nog altijd aan. Ook bij jou?

Door ouderling Paulus de Vries

_________________________________________________________________________

Woensdag 22 juli

Lezen: Johannes 19:17-24
Tekst: Johannes 19:18

Alwaar zij Hem kruisten, en met Hem twee anderen, aan elke zijde een, en Jezus in het midden.

Hoe veelbetekenend zijn die paar woorden: En Jezus in het midden! De schrift is vervuld: Hij is met de overtreders geteld geweest. God rekende Zijn Zoon erbij. In Gods ogen hangen daar drie misdadigers. Daar zien we drie kruisen: Het kruis van de lasteraar, het kruis van een boeteling en het kruis van de verlosser. Dat laatste kruis staat in het midden. Niet aan de zijkant! Nee, in het midden. Als een bewijs dat de Verlosser middenin het oordeel Gods is neergedaald. Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was. Gekomen voor die arme, verloren zondaren die middenin de dood liggen.

Christus heeft tot ergernis van de Farizeeën en Schriftgeleerden tijdens zijn omwandeling geleefd met tollenaren en zondaren en nu eindigt Hij Zijn leven tussen bloedvergieters, alsof Hijzelf de allerminste was! Wat een onderwijs krijgen we hier vandaag bij die drie kruisen. Want daar wordt geleerd: ik was een groot beest bij U. God de Vader heeft Hem erbij geteld, maar Christus telde Zichzelf er ook bij. Hij is niet van het kruis afgekomen. Hij bleef bij die twee anderen: Hij is de broederen in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde. Maar die broederen waren goddelozen. Daar is Hij nu te vinden.

En dan komt de vraag op ons af: aan welke zijde hangen wij? De ene kreeg z’n schuld te zien en in te leven, maar de andere verharde zich. Jezus in het midden: voor de een tot een val, voor de ander tot een opstanding! Jezus in het midden! Je zou zeggen: het is toch overbodig dat erbij te vermelden. Want eerder staat er al: en met Hem twee anderen, aan elke zijde een. Maar de heilige Geest heeft er nog eens nadrukkelijk bij laten schrijven: En Jezus in het midden! Opdat de kerk zich goed rekenschap zou geven van Zijn plaats: Hij de grootste der misdadigers.

En met eerbied gesproken, dat was Hij ook! Want de anderen droegen elk het pak van een eigen zonden. Christus droeg de schuldenlast van geheel Zijn volk. Maar nu is Zijn vloek de zegen van dat volk. Hij is tot op het diepst vernederd. Maar ook uitermate verhoogd, want het Lam is geplaatst in het midden van de troon. De engelen mogen zich slechts rondom de troon scharen, maar Hij is het middelpunt.

Mag het ook in u leven zo zijn: En Jezus in het midden? In het midden van onze plannen en overdenkingen. In het midden van al onze bezigheden, Vakantie, Werkdag, in het midden van de Rustdag, ja in het midden van geheel ons leven. Maar ook in het midden van ons hart, vanwaar de uitgangen des levens zijn. En dat het eens zal zijn tot in der eeuwigheid: En Jezus in het midden.

En zo is dit een rijk Evangelie want dat zegt ons, dat de grootste der zondaren nog zalig kan worden. Daar hangt Sions betalende Borg met de handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk. Welnu, aan die doorboorde voeten is nog plaats voor een schuldige zondaar om genade af te smeken. Wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren.

Wij zullen, wil het wel zijn, evenals die begenadigde moordenaar, in het bloed van Christus gezaligd moeten worden. Toen die ene moordenaar lasterde, heeft Christus niets gezegd. Maar eenmaal zal Hij spreken: Gaat weg van Mij, Ik heb u nooit gekend. De andere waarschuwde de eerste: Vreest gij ook God niet? En zo laat de Heere ons nog waarschuwen: Vreest God en houdt Zijn geboden! Stel uw bekering niet uit.

U zegt: Ach, voor deze moordenaar kon het ook nog op het laatste moment. Dat is waar, maar in heel de bijbel staat dat er maar van een! Christus moest lijden en sterven, waarom? De mens moest de schuld betalen, maar de mens kan dat niet. Want hij heeft niets om te betalen. Zelfs onze beste werken zijn met zonde bevlekt.

Smeek toch, of u dat mag leren in uw leven, dat het van onze kant alles zonde is. Maar ook dat het nu van Gods kant die door Jezus Christus enkel genade is dat wij behouden kunnen worden. De gerechtigheid is verworven, het Middelaarswerk is volbracht, Gods recht is bevredigd. En een arm volk dat middenin de dood ligt mag gaan toebrengen de lof, de eer, de aanbidding en de dankzegging in Gods eeuwig Koninkrijk.

En daar zal Christus als de Middelaar Gods en der mensen in het midden zijn.

Door ouderling Hessel van Urk

_________________________________________________________________________

Dinsdag 21 juli

Lezen: Mattheüs 26:26-35
Tekst: Mattheüs 26:35

Petrus zeide tot Hem: Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! Desgelijks zeiden ook al de discipelen.

We zien hier de overmoed van Petrus en met hem de andere dicipelen die hem bijvielen. Hoogmoed komt voor de val zouden we zeggen, en gevallen zijn ze allen. Petrus in de verloochening van de Heere Jezus en de andere dicipelen in het wegvluchten in plaats van de beloofde standvastigheid om bij Hem te blijven.

Maar het is makkelijk redeneren en anderen te veroordelen na de tijd. Maar als we eerlijk zijn en ons verplaatsen in de situatie waarin Petrus en de anderen zich op dat moment bevonden, hadden wij dan niet precies hetzelfde gedaan?

Als we kijken in onze huidige tijd, dan is het ook vaak als de Kerk wordt aangevallen dat we al gauw zeggen, laat dat eens gebeuren want dan zullen we dit of dat en vroeg of laat leidt dat tot escalatie en spelen we voor eigen rechter.

En nog iets dichterbij, hoe is het in ons eigen persoonlijke leven? Betrappen we ons er vaak zelf niet op om toch op de troon van ons eigen bestaan te willen blijven zitten. We voelen ons vaak nog zo sterk en dat we de controle in handen hebben.

Maar laten we wel beseffen wat ook in Psalm 39:6 staat : Dat een ieder mens hoe vast hij/zij ook meent te staan enkel ijdelheid is of te wel een zucht. Laten we het daarom van de Heere verwachten dat Hij ons mag leiden en die eerste plaats in mag nemen in ons leven.

Dat daarom ook onze bede mag zijn: Heere wat wilt u dat ik doen zal. Dat we gehoor geven aan Zijn roepstem die zo vaak tot ons komt op zoveel manieren. We leven nog in een bevoorrechte omstandigheid. De Heere trekt en roept op zoveel verscheiden wijzen zoals de mogelijkheden om onder Gods woord te komen en ermee in aanraking te komen door evangelisatie en zending en alle uitleg van Gods Woord.

Sla daarom de noodzaak en de roepstem om tot Hem te komen niet af, denk niet als God u een bepaalde weg wijst dat u zich dat hebt ingebeeld en zeker niet als deze nog eens sterker terugkomt maar geef u over aan de wil van God, want de Heere Jezus heeft zichzelf overgegeven tot in de dood voor uw en mijn zonden.

Maar wat meer, dat Hij is opgestaan uit de doden en zit aan de rechterhand van Zijn Vader en ons de Heilige Geest heeft gezonden om ons bij te staan in alle omstandigheden van dit tijdelijke leven om zo ook met Hem verzoend te kunnen worden tot in der eeuwigheid.

Ik wens u dan ook toe: Ga met God en Hij zal met u (ons) zijn.

Door ouderling Jelle Pasterkamp

_________________________________________________________________________

Maandag 20 juli

Lezen: Maleachi 2:10-17
Tekst: Maleachi 2:17

Gij vermoeit den HEERE met uw woorden; nog zegt gij: Waarmede vermoeien wij Hem? Daarmede, dat gij zegt: Al wie kwaad doet, is goed in de ogen des HEEREN, en Hij heeft lust aan zodanigen; of, waar is de God des oordeels?

Deze tekst komt uit het boek van de profeet Maleachi en is een scherpe aanklacht tegen het volk Israël. In gewone taal zegt het vers ongeveer dit:
Jullie maken God moe met wat jullie zeggen. Want jullie beweren dat slechte mensen goed zijn in Gods ogen, of jullie twijfelen en zeggen: “Waar is God die rechtvaardig oordeelt?”

In Maleachi 2:17, wordt ons een pijnlijke spiegel voorgehouden. Het volk klaagt dat God niet rechtvaardig lijkt te handelen. Ze zien kwaad om zich heen en concluderen: misschien vindt God het wel goed, of misschien grijpt Hij helemaal niet in. Maar God keert die redenering om: niet Hij faalt, maar hun manier van denken is verdraaid.

Hoe herkenbaar is dat ook vandaag. Wanneer onrecht zichtbaar is, kunnen we moedeloos worden of cynisch. We stellen vragen bij Gods rechtvaardigheid, terwijl we soms tegelijk onze eigen keuzes vergoelijken. Zo verschuift langzaam de grens tussen goed en kwaad, totdat we het verschil nauwelijks nog scherp zien.

Dit vers nodigt uit tot eerlijk zelfonderzoek. Niet: “Waar is God?”, maar: “Waar sta ik?” Vertrouw ik erop dat God rechtvaardig is, ook als ik het niet direct zie? En leef ik zelf naar die rechtvaardigheid? Ware geloofshouding is niet gebaseerd op wat wij waarnemen, maar op wie God is.

Gods geduld is geen zwakte, maar genade. Hij verdraagt onze woorden, zelfs wanneer ze Hem “vermoeien”, en blijft ons roepen tot bekering. Zijn ogenschijnlijke stilzwijgen betekent niet dat Hij afwezig is, maar dat Hij ruimte geeft tot inkeer.

Uiteindelijk zal Zijn recht zichtbaar worden. Daarom is deze tekst ook een oproep tot hoopvolle volharding: blijf het goede zoeken, spreek waarheid, en vertrouw erop dat God recht zal doen op Zijn tijd.

Wees waakzaam en houd u ook vandaag bezig met ‘’al wat waarachtig is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt’’ (Filippenzen 4 : 8).

Door ouderling Klaas van der Meer


Zondag 19 juli 2026

Lezen: Exodus 33:23-28
Tekst: Psalm 78:37
Want hun hart was niet recht met Hem, en zij waren niet getrouw in Zijn verbond.

Psalm 78 begint met de woorden een onderwijzing van Asaf. Asaf was de dichter van Psalm 73 tot 83. In Psalm 78 blikt Asaf terug op de grote daden Gods tijdens de verlossing van het volk Israël uit de slavernij van Egypte.

Maar ondanks Gods grote daden bleven zij met hun gedachten bij de vleespotten van Egypte. Met de beloften Gods van een land vloeiende van melk en honing bleven zij keer op keer God vertoornen door te roepen dat het in Egypte beter was. Maar God bleef in Zijn onuitsprekelijke goedheid trouw aan Zijn belofte aan Abraham, Izak en Jakob dat Hij een nageslacht zou brengen in het beloofde land.

De Heere heeft in Zijn lankmoedigheid 40 jaren verdriet van het volk gehad zo zegt Gods Woord, daarom konden zij niet ingaan in het beloofde land, vanwege hun ongeloof. In 1 Korinthe 10:6 staat geschreven, en deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs zij lust gehad hebben. En wordt geen afgodendienaars, gelijkerwijs als sommigen van hen, gelijk er geschreven staat, het volk zat neder om te eten en te drinken en stond op om te spelen.

Je zou haast denken, wat lijkt onze tijd veel op waar de apostel Paulus voor waarschuwde. Wij leven in een tijd van overdaad in eten, drinken en spelen en is er nog tijd voor de Heere en Zijn Woord dat getuigt van het vlees geworden Woord.

Zijn ook wij niet op reis van het slavenhuis Egypte naar het huis met zijn vele woningen waarvan de Heere Jezus sprak. Maar de vraag zal voor een ieder van ons zijn, heeft de Heere Jezus in dat huis met zijn vele woningen ook voor ons een plaats bereid?

Dan moeten wij wel door Hem gekend zijn, want er staat ook geschreven dat er velen zijn die de Heere Jezus zeggen te kennen, maar van wie Hij zegt, Ik ken u niet, gaat weg van Mij gij werkers der ongerechtigheid. Wij moeten ons leven richten op Hem Die de Weg, de Waarheid en het Leven is.

Daarom roept de Heere Jezus Zelf ons toe, komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijn en Ik zal u rust geven.

Door ouderling Jan Pruiksma