3. Maar Naboth zeide tot Achab: Dat late de HEERE verre van mij zijn, dat ik u de erve mijner vaderen geven zou.
16. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
7. Geheel zijt gij schoon, Mijn vriendin, en er is geen gebrek aan u. 8a. Bij Mij van den Libanon af, o bruid, kom bij Mij van den Libanon af;
13a. En het geschiedde als ElÃa dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel en uitging en stond in den ingang der spelonk.
3. Deze zeide tot haar vrouwe: Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet die te SamarÃa is; dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.
13. In Welken ook gij zijt, nadat gij het Woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid, gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden…
22. Want wij weten dat het ganse schepsel tezamen zucht en tezamen als in barensnood is tot nu toe. 23. En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de…
29. Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och, of al het volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!







