Thema: “Een confronterende vraag” 1. De vraag van Jezus 2. De vraag van de discipelen 3. De vraag van Judas Tekst: Mattheüs 26:21-25 21. En toen zij aten, zeide Hij:…
21. En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn Naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. 22. En dit alles is geschied,…
19. Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen; 20. Maar vergadert u schatten in den hemel,…
13. Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er die door dezelve ingaan;…
11. En als zij heengingen, zie, enigen van de wacht kwamen in de stad en boodschapten den overpriesters al de dingen die geschied waren. 12. En zij vergaderd zijnde met…
45. En van de zesde ure aan werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe. 46. En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote…







